Allereest dienen zoveel mogelijk explosieve stoffen vervangen te worden door andere stoffen. Vervolgens moeten explosies zo goed mogelijk voorkomen worden door technische- en organisatorische maatregelen. Tot slot kunnen de gevolgen van explosies tot een minimum beperkt worden door onder andere beschermmiddelen, reddingsplannen, branddeuren, etc. Door het vervangen van gevaarlijke stoffen en/of het beperken van explosies kan een ATEX zone 20 omgeving ook worden gereduceerd naar een ATEX zone 21 of 22.
Apparatuur gebruiken in ATEX zone 20
Apparatuur die gebruikt wordt in ATEX zone 20 moet voldoen aan specifieke eisen die vastgesteld zijn in ATEX 114. Hierin staat exact beschreven waaraan deze producten moeten voldoen om veilig gebruikt te kunnen worden in een explosiegevaarlijke zone. Is een apparaat certificeert volgens deze richtlijn dan dient deze het “Ex-logo” bevatten.